
De gemeentelijke belastingaanslag voor burgers en bedrijven valt dit jaar een stuk hoger uit.
De gemeenten hebben belastingen voor huizenbezit, afval en riolering zo hard opgeschroefd, dat zij rekenen op 13,3 miljard euro aan inkomsten. Dat is 8,5 procent meer dan in 2023. Gemeenten halen veruit het meeste geld binnen met de onroerendezaakbelasting, de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en parkeerkosten.
Alleen al aan ozb-opbrengsten verwachten de gemeenten samen 5,5 miljard euro aan inkomsten op te halen in 2024. Dat is 7,5 procent meer dan vorig jaar. Ozb staat voor onroerendezaakbelasting en wordt betaald door iedereen met een eigen huis of bedrijfspand. De forse stijging wordt veroorzaakt door de gestegen WOZ, de waardering onroerende zaken. Deze is in de afgelopen jaren flink gestegen in het kielzog van de huizenprijzen. Hoe hoger die zijn, hoe meer vastgoed (op papier) waard is. En hoe hoger de WOZ en dus de ozb.
Ook de afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn belangrijke inkomsten voor gemeenten. Beide belastingen nemen ook dit jaar weer toe, maar er is een belangrijk verschil met de ozb. Gemeenten mogen namelijk niet zelf vrij bepalen waar ze het geld aan uitgeven: het moet echt naar afvalvervoer en -verwerking (afvalstoffenheffing) en de afvoer van afval- en regenwater (rioolheffing) gaan. Ook mogen de inkomsten niet hoger zijn dan de daadwerkelijke kosten.
Er zijn ook nog wat kleinere belastingen, zoals kosten voor gemeentediensten (leges). Uitschieter daarbij zijn de secretarieleges, waar gemeenten ruim 50 procent meer inkomsten verwachten. Secretarieleges zijn kosten die je betaalt voor het aanvragen van identiteitsbewijzen.
De laatste belasting waar burgers en bedrijven veel mee te maken krijgen zijn die voor parkeren. Ook deze mogen gemeenten zelf bepalen. Voor dit jaar rekenen gemeenten op bijna 11 procent extra aan inkomsten hieruit.






